Afgelopen 15 juli ging ik een dagje op stap met tante Nel, niet wetende dat dat haar laatste uitstapje zou zijn. Ze had toen al geruime tijd veel te stellen met haar gezondheid, haar benen wilden niet meer zo meewerken, ze had haar auto weg moeten doen en ik 'moest' nodig eens bij haar langs komen, daar drong ze steeds op aan als ze belde. Op een gegeven moment vroeg ik me af waarom ik dat nog niet gedaan had en wat me dan tegen hield. Het 'op visite' zitten zijn en dan 'gevangen' worden in verhalen over ziekte en ellende en hoe bar het met de wereld gesteld was, dat hield me tegen. Daar zat ze - besef ik nu - zelf de laatste periode van haar leven in gevangen, ze kon geen kant meer op.
Bijna had ze mijn in eerste instantie enthousiast ontvangen uitnodiging nog afgezegd. In de auto praatte ze honderduit - als altijd - over iedereen, over vroeger, over van alles. 'Kijk wat een mooie boom!' probeerde ik die woordenstroom zo nu en dan te onderbreken. Het was teveel om continue met alle aandacht naar te luisteren. Alsof het niet even stil mocht zijn. Gelukkig kreeg ze in de loop van de dag steeds meer oog voor wat we onderweg tegen kwamen. Uitbundig bloeiende hortensia's, bijvoorbeeld. Ze trakteerde op pannenkoeken en langzaam veranderde de monoloog in een gesprek. Toen werd het echt leuk. Ik reed het bos in achter het nieuwe paleis van de koningin in Lage Vuursche en daar verdwaalden we. Avontuur! Geen vroeger meer, alleen nog maar hier en nu. 'Wat een schattig huisje staat daar!' ik stopte en zag me er al wonen, midden in het bos. 'Als je van eenzaamheid houdt...' zei ze.
Ondanks alle mensen om haar heen, een lieve vriendin van 90 en een grote pleegfamilie, waar ze het grootste deel van haar leven bij 'aan huis' gewoond heeft, ondanks alle mooie verre reizen die ze in haar leven gemaakt heeft, ondanks dat ze vrijdag nog zei dat ze 'een mooi leven' had gehad en ondanks haar geloof, noemde ze zichzelf vaak 'alleen'. Niet getrouwd, geen eigen kinderen, vast in het strakke keurslijf van wat wel en niet mag, alles onder controle houden, sterk zijn...
Vrijdag hoorde ze dat er niks meer aan te doen was. 'Ze gaan me zachtjes laten inslapen...' Voor het eerst in mijn leven had ik de kans om er echt te zijn voor haar. Nog steeds praatte ze. 'Ik ben zo kleinzielig... ik weet het,' verontschuldigde ze zich zelfs. 'Je bent je hele leven sterk geweest, tante Nel, nu hoeft het niet meer.' Het was moeilijk voor haar om het uit handen te geven. Even richtte ze zich met al haar kracht op: 'Petra, onthoud goed, ik weet waar ik heenga. Daar is alles goed.' Ik vroeg of ze er vrede mee had. 'Ja.'
Gisteravond reed ik nog even langs het ziekenhuis om te kijken of ik iemand kon aflossen of nog iets kon doen. De laatste strijd was die middag heftig geweest. Nu noemden ze haar rustig, maar ze ademde nog steeds flink door.
Vijf vrouwen stonden om haar heen toen ze verlost werd uit haar lijden. Een warme golf van opluchting en een inmense vrede vulde het kamertje. De verbondenheid voelen met het eeuwige, het Goddelijke, was zeer indrukwekkend. Ze was niet alleen en ze zal zich nu ook nooit meer alleen voelen.
.


