'Zoek je het geluk in jezelf of buiten jezelf?' dat was een van de opvoedkundige lessen in het programma over de Bhagavad Gita. Het lijkt een open deur, we hebben het allemaal wel eens gehoord, maar toch. Probeer jezelf er eens op te betrappen hoe vaak je het toch buiten jezelf zoekt. Geluk, waardering, beloning, aandacht, alles wat je wenst en wilt.
Alleen al met wensen en willen plaats je het buiten jezelf. Buiten het hier en nu. In de toekomst. Je maakt er een 'tekort' van, want het is er dus nu nog niet. En het wordt afhankelijk van externe factoren. De universele wet van de aantrekkingskracht zal dat tekort voor je in stand houden, zolang je het buiten jezelf blijft zoeken, blijft verwachten van anderen of in de toekomst plaatst. In het verleden ook trouwens. Bijvoorbeeld: Ik heb altijd pech, ik ben nu eenmaal zo, dat overkomt mij altijd, noem maar op en je houdt het lekker in stand. Dat willen we per ongeluk ook. Want wat we in stand houden kennen we. Dat is ons houvast.
Als je zegt: Ik ben rijk, ik ben gezond, ik ben gelukkig of ik heb altijd geluk, dan is de kans veel groter dat je het ook bent! Behalve als je gevoel daar niet in meegaat. Het gaat eigenlijk helemaal niet om wat je denkt of zegt, maar om wat je voelt. Dat heeft wel z'n invloed op elkaar natuurlijk. Je gaat je vanzelf ongelukkig voelen als je tegen jezelf zegt dat je altijd pech hebt en dat het jou nooit meezit.
Als je je in het hier en nu helemaal tevreden kunt voelen, kun je je zegeningen gaan tellen. Dan trekt dat nog meer aan om tevreden over te zijn. Maar weer niet als je dat doet met dat doel. Waar je met smart op wacht of hoopt en op die manier probeert te bewerkstelligen, komt niet. Als je dat loslaat, komt alles. Meestal op een andere manier dan je verwacht. Als het niet meer zo belangrijk is, is de weg vrij. Zo ingewikkeld en zo eenvoudig werkt het. En de conclusie die je eruit kunt trekken is: niet teveel over nadenken, niet piekeren, niet dingen per sé willen, gewoon, je ziet het wel. Er op vertrouwen dat alles wat op je pad komt een functie heeft.
Maar als er dus een ding is wat je wel kunt doen is dat: Zorgen dat je je goed voelt. Er alles aan doen om je lekker te voelen. Muziekje aan, wandelen, in bad, noem maar op. Ontdekken wat het is dat je tegenhoudt om te genieten, ook dat is zinnig. Het in stand houden ervan niet. Ontdekken, onder ogen zien, begrijpen en vervolgens goed voor jezelf zorgen om te voorkomen dat het je steeds opnieuw ongelukkig komt maken. Vaak zijn het gedachten. Waar of niet? Ideeën over jezelf, over anderen, die maar hardnekkig bezig blijven je uit je humeur te halen.
Ik heb iets ontdekt, naar aanleiding van de muizen nota bene! Die muizen, die vrolijk vertelden dat ze de ruimte namen die ze kregen. Tot mijn schrik besefte ik dat ik wel makkelijk mijn ruimte in beslag liet nemen. De maatregelen die ik tegen de muizenbende in mijn keukenkast nam, gingen gepaard met meer adequate acties om mijn ruimte terug op te eisen. Toen kwam ik er tot mijn verbazing achter dat ik daar niet alleen vanwege een soort ruimhartigheid vrij slecht in ben, maar ook vanuit een soort misplaatst schuldgevoel. En nu begrijp ik dat dat schuldgevoel weer te maken heeft met verantwoordelijkheidsgevoel. En dat is ook misplaatst. Want ik ben niet verantwoordelijk voor een ander en een ander is niet verantwoordelijk voor mij. Dus waarom me schuldig voelen als ik duidelijk mijn eigen ruimte opeis?
Zo heb ik mezelf dus betrapt op een onbewust patroon. Nog effe en ik zou uit mens- ofwel dierlievendheid vinden dat ik de muizen van voedsel moest voorzien. Zo makkelijk lever ik mijn ruimte in. (Ik overdrijf natuurlijk, maar dat is voor de duidelijkheid.) Ik ben niet verantwoordelijk voor de muizen. Maar wel voor mijn eigen huis en een schone, frisse keuken en voor de gezondheid van mezelf, mijn konijn en mijn gasten (als ze bijvoorbeeld komen eten). Zo simpel is het. Daar kan ik de muizen toch moeilijk verantwoordelijk voor stellen?
.
woensdag 20 januari 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

We worden als kind al van jongs af aan getraind om ons naar buiten te richten. Ik denk dan bijvoorbeeld aan etiketten als lief en stout. Stout is not done dus dat gebruiken ouders niet meer. Zeggen ze. Maar is lief wel done? Lief is dezelfde medaille als stout maar dan de andere kant ervan. Het kind leert niet de erkenning in zichzelf te zoeken/vinden maar zich ervoor naar de buitenwereld te richten. En daar loopt het in de angstvalkuil: angst voor de straf (stout) en angst de beloning te verliezen (lief). Zomaar een beleving die bij me opkwam toen ik je stukje las.
BeantwoordenVerwijderen