Er klopt een man, nee laten we eens zeggen een vrouw aan bij de deur van God.
'Hallo, wie is daar?' vraagt God.
'Ik ben het,' zegt de vrouw. 'Mag ik naar binnen?'
'Nee sorry, er is hier geen plaats voor twee,' zegt God.
Treurig druipt de vrouw af en zwerft vervolgens een jaar door de woestijn.
Dan begrijpt ze het opeens en gaat terug. Ze klopt weer aan.
'Hallo, wie is daar?' vraagt God weer.
'Jij,' zegt de vrouw. (Misschien zei ze wel 'U', maar dat doet er niet toe.)
'Kom maar binnen!'
Ik geloof dat dit een verhaaltje van Rumi is. Maar het kan best nog ouder zijn. Want in de citaten van Rumi werd God weer anders genoemd. Ook dat maakt niet uit. Want je begrijpt: Je mag God noemen zoals je wilt... Het betekent niks en tegelijkertijd alles. De bron, het Al, het maakt niet uit. Hij (of zij!) laat zich namelijk toch niet kennen. Ze kijkt wel uit. Het gaat erom dat je het in jezelf herkent!
.
vrijdag 15 januari 2010
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten